|
Reformatie betekent letterlijk: hervorming.
De reformatie werd een beweging die probeerde de veranderingen
aan te brengen in de katholieke kerk om zo het oorspronkelijke zuivere geloof weer terug te krijgen. In 1517 maakte de paus
zich nog niet zoveel zorgen. Maar toen de ideeën van Luther meer aanhang kregen en de kroon van de paus inderdaad van zijn hoofd gestoten dreeg te worden,
begon de paus zich pas zorgen te maken. Want doordat Luther steeds meer aanhang kreeg zou de paus zijn grote macht verliezen.
CONTRAREFORMATIE
De contrareformatie
is de tegenwerking van de reformatie.
De contrareformatie betekende de tegenaanval van de Katholieke kerk
tegen het protestantisme. Wilden de Protestanten sobere kerkgebouwen zonder versieringen die toch maar zouden afleiden
van Het Woord van God, de Katholieken kozen voor overdadige pracht en praal. De kerken moesten zo schitterend en spectaculair
worden dat de gelovige bij binnenkomst meteen overtuigd zou zijn van het feit dat de Katholieke Kerk de enige ware kerk zou
zijn. Zeker in Italië en Zuid-Duitsland heeft dat geleid tot kerkgebouwen die binnen overdreven overkomen.
In
4 landen was de Contrareformatie erg met succes. In Italië, Spanje, polen en Oostenrijk kregen de mensen die wilden hervormen
(de hervormers) geen kans meer. In andere landen was het ook al moeilijk de katholieke kerk staande te houden. In de Nederlanden,
Frankrijk en het Duitse rijk werk godsdienst een belangrijke reden om oorlog te voeren en mensen te vervolgen. Overal waren
andere geloven, er was totaal geen sprake van religieuze eenheid. Er waren in Europa streken met protestantisme en katholicisme.
Er was nog wel 1 katholieke kerk onder leiding van de paus. Daarnaast waren er nog verschillende richtingen in het protestantse
geloof.
|
Voor meer over de contrareformatie zie: concilie |
|
|